Ze zit met betraande ogen enigszins ineengedoken voor zich uit te kijken. Deze vrouw is duidelijk aangedaan door wat ze net heeft gezien. Ze is van de generatie die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt als jonge vrouw. De belangrijke jaren tussen tienertijd en volwassenheid heeft zij in oorlogstijd beleefd. En bewust ook, zo te zien. We hebben net met een groep het toneelstuk 'de Aanslag' bezocht. Ik ben als begeleider mee om ervoor te zorgen dat de senioren een zorgeloze avond zullen hebben. Lekker uit, vervoer geregeld, koffie vooraf, drankje in de pauze en aanspraak aan elkaar. Een groot succes dit concept maar het 'zorgeloze' kan ik voor deze mevrouw wel schrappen. Eerst wil ze niet praten over wat haar zo raakte. "Ik schaam me zo, ik huil bijna nooit en nu ga ik eindelijk weer eens uit en dan overkomt mij dit". Even later "Weet je wat het is, ik praat niet graag over de oorlog. Het is gedaan en ik heb het overleefd, dat is genoeg. Maar dit komt dichtbij. Het lijkt wel gisteren dat we moesten fluisteren, de ramen moesten verduisteren. Wie kon je vertrouwen, wie was goed en wie fout? De oorlogsjaren waren extra beklemmend omdat we niet wisten hoelang de bezetting zou duren. Een jaar? Nog 5 jaar of zelfs 10? Je wist het niet maar we bleven altijd hoop houden. Geen moment verloren we ons verlangen en geloof in de vrijheid. De bevrijding was letterlijk een bevrijding, de boeien gingen af, de handen om mijn keel verdwenen. Ik zong en lachte weer hardop, ik danste en at tot ik buikpijn kreeg van de lekkerste chocolade die ik ooit zou proeven. Er waren geen tranen, alleen uitzinnige vreugde. De grimmigheid van de wraak kwam pas later." Ze zwijgt en denkt na.
"Na de oorlog bezwoer ik 'nooit meer! Ik laat het niet meer toe!', geen oorlog, bezetting, angst en onderdrukking. Ik was in de oorlog te jong en naïef om het verzet in te gaan, zag het wel van nabij maar was te gezaggetrouw. In de 80-er jaren ging ik de straat op tegen kernwapens, tegen kernenergie, tegen alles wat in mijn beleving mijn vrijheid en mijn leefomgeving beperkte of kon bedreigen. Ik wilde vrij zijn, opstandig zijn en werd een militante dwarse dame met een rotsvaste overtuiging dat we het tij samen konden keren. Saamhorigheid, ja, dat was er volop. Ik huilde toen de muur viel, tranen van geluk, ik voelde dat ook ik mijn steentje had bijgedragen.
Weet je waarom ik nu huilde? Niet om de herinneringen maar uit schaamte dat ik nu niet opsta en de barricade op ga. Ik schaam me voor de passiviteit die ik om mij heen zie. Groepen worden weer buitengesloten en geschoffeerd, uit angst voor dat wat we niet kennen en daardoor niet begrijpen. Ik herken het en ben er bang voor: angst en onbegrip die omslaat in haat. Weet je mevrouw, ik ben bijna 80 maar ik voel mij niet te oud om weer op te staan en heel hard 'NOOIT MEER!' te roepen." De vrouw neemt een slokje van haar thee die inmiddels is afgekoeld. Haar tranen zijn opgedroogd en er is geen spoor meer van verdriet te zien op haar mooie rimpelige gezicht. Ik zie een licht in haar ogen, een felheid die eerder niet zichtbaar was. Ik zie een vastberaden strijdlustige trotse vrouw voor mij zitten. Ze heeft mij deelgenoot gemaakt van haar innerlijke strijd en onmachtsgevoelens. De woorden 'Nooit meer' werden door haar afgestoft en nieuw leven ingeblazen. Dat heeft zij alvast mooi voor elkaar gekregen.
